begeleiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| begeleiden | begeleidend |
| begeleiding | begeleid |
| begeleider | |
Uitspraak
- Geluid: begeleiden (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.χə.ˈlɛɪ̯.də(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ɣə.ˈlɛː.də(n)/
- (Limburg): /bə.ɣə.ˈlɛɪ̯.də(n)/
Woordafbreking
- be·ge·lei·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| begeleiden |
begeleidde |
begeleid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
begeleiden
- (overgankelijk) iemand op zijn weg vergezellen
- Vader en moeder begeleidden Ivo samen toen hij voor het eerst naar zwemles ging.
- (overgankelijk) (muziek) een partij spelen die de harmonische aanvulling is van een solopartij
- De zanger werd begeleid op een spinet en een vedel.