coördinator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·or·di·na·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coördinator coördinatoren, coördinators
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

coördinator m

  1. iemand die coördineert (zorgt dat de dingen in hun samenhang geregeld worden)
    Naar aanleiding van de stijging in het aantal roofovervallen is een landelijke coördinator overvalcriminaliteit aangesteld.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl