buffel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- buf·fel
Woordherkomst en -opbouw
- [1.4.]: enigszins oneigenlijk als leenvertaling uit het Amerikaanse Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | buffel | buffels |
| verkleinwoord | buffeltje | buffeltjes |
Zelfstandig naamwoord
buffel m
- (zoogdieren) een verzamelnaam voor een aantal zware holhoornige rundersoorten met vaak forse hoorns
- (dierkunde), Syncerus caffer
een Afrikaanse buffel of kafferbuffel - (dierkunde), Bubalus bubalis
een Aziatische buffel: waterbuffel of karbouw - (dierkunde), Bubalus mindorensis
een dwergbuffel van de Filipijnen en Celebes zoals de anoa's en de tamaroe of mindorobuffel - (dierkunde), Bison bison
een Amerikaanse bizon
- (dierkunde), Syncerus caffer
- leer vervaardigd van de huid van een buffel
- (figuurlijk) iemand die groot en stevig is
Afgeleide begrippen
- [1]: buffelhaar
- [1]: buffelmelk
Uitdrukkingen en gezegden
- [3]: een buffel van een kerel
een zeer grote kerel
Vertalingen
1. een verzamelnaam voor een aantal zware rundersoorten met vaak forse hoorns
2. leer vervaardigd van de huid van een buffel
3. iemand die groot en stevig is
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.