bravo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bra·vo
Tussenwerpsel
bravo
- een uitroep van bewondering of goedkeuring
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bravo | bravo's |
| verkleinwoord | bravootje | bravootjes |
Zelfstandig naamwoord
bravo
- (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter b
- een Italiaanse sluipmoordenaar
Synoniemen
- [1]Bernard
Hyperoniemen
Spaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | bravo | bravos |
| vrouwelijk | brava | bravas |
Bijvoeglijk naamwoord
bravo
- moedig, dapper
- woest, wild, ruig
- «Costa brava.»
- Ruige kust.
- «Costa brava.»
- stormachtig
- ruig, onbegaanbaar
- opvliegend, driftig
- geweldig, schitterend