opvliegend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·vlie·gend

Werkwoord

vervoeging van
opvliegen

opvliegend

  1. onvoltooid deelwoord van opvliegen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opvliegend opvliegender opvliegendst
verbogen opvliegende opvliegendere opvliegendste

Bijvoeglijk naamwoord

opvliegend

  1. driftig, prikkelbaar
    Dat was een opvliegende klant.