bout

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bout (1)
soldeerbout (5)

Nederlands

niet al te moderne strijkbout (6)
Uitspraak
Woordafbreking
  • bout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bout bouten
verkleinwoord boutje boutjes

Zelfstandig naamwoord

bout v/m

  1. verbindingsmiddel, meest uit metaal vervaardigde ronde staaf met kop, oog of haak. Een schroefbout is voorzien van een schroefdraad, een bout zonder draad noemt men een "steekbout".
    bout bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
  2. een stuk vlees, meestal een poot
  3. een projectiel dat door een kruisboog wordt afgeschoten
  4. ontlasting, uitwerpselen, drol (zie bouten)
  5. een soldeerijzer
  6. een strijkijzer
    bout bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
    bout bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
bouten

bout

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bouten
  2. gebiedende wijs van bouten

Meer informatie