binnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | binnen | |
| persoonlijk | erbinnen | |
| aanwijz. | nabij | hierbinnen |
| veraf | daarbinnen | |
| vragend/betrekk. | waarbinnen | |
Woordafbreking
- bin·nen
Woordherkomst en -opbouw
|
|
Bijwoord
binnen
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord hierbinnen
- Hier liggen maar twee straten binnen.
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord binnenkomen
- Hij kwam de kamer binnen.
Voorzetsel
binnen
- in een bepaald bestek of ruimte
- Deze straat ligt binnen de grachtengordel.