binnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     binnen  
 persoonlijk     erbinnen  
aanwijz.   nabij     hierbinnen  
  veraf     daarbinnen  
  vragend/betrekk.     waarbinnen  
Woordafbreking
  • bin·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: binnen
Oudnederlands: binnan
  • Verwant in Germaans:
West: Duits: binnen, Fries: binnen (Oudfries: binna)
Oost: Gotisch: innana

Bijwoord

binnen

  1. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord hierbinnen
    Hier liggen maar twee straten binnen.
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord binnenkomen
    Hij kwam de kamer binnen.
Antoniemen

Voorzetsel

binnen

  1. in een bepaald bestek of ruimte
    Deze straat ligt binnen de grachtengordel.
  2. in een bepaalde tijd
    wij verwachten binnen een week uitsluitsel over deze kwestie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen