betalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| betalen | betalend |
| betaling | betaald |
| - | betaalbaar |
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ta·len
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| betalen |
betaalde |
betaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
betalen
- (ditransitief) geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
- Wij hebben het uiteindelijk toch betaald gekregen.
Afgeleide begrippen
- betaalachterstand, betaalkaart, betaalmethode, betaalpakket, betaalprobleem, betaaltermijn, betaalsysteem, betaalwijze, betaling, vooruitbetalen, terugbetalen, uitbetalen
Uitdrukkingen en gezegden
|
Iemand iets betaald zetten
Iemand met gelijke munt terugbetalen
Een hoge prijs betalen
|
Vertalingen
1. geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen