betalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
betalen betalend
betaling betaald
- betaalbaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ta·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: betalen (be- + talen)
  • Verwant in Germaans:
West: Duits: (be)zahlen, Fries: betelje
Noord: Zweeds: betala, Deens/Noors: betale,
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betalen
betaalde
betaald
zwak -d volledig

Werkwoord

betalen

  1. (ditransitief) geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
    Wij hebben het uiteindelijk toch betaald gekregen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen