betaler

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ta·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord betaler betalers
verkleinwoord betalertje betalertjes

Zelfstandig naamwoord

betaler m

  1. iemand die betaalt
Vertalingen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ta·ler
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 746

Werkwoord

betaler

  1. tegenwoordige tijd van betale
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   betaler     betaleren     betalere     betalerne  
genitief   betalers     betalerens     betaleres     betalernes  

Zelfstandig naamwoord

betaler

  1. betaler
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • en dårlig betaler
een wanbetaler


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ta·ler
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 724
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   betaler     betaleren     betalere     betalerne  
genitief   betalers     betalerens     betaleres     betalernes  

Werkwoord

betaler

  1. tegenwoordige tijd van betale

Zelfstandig naamwoord

betaler

  1. betaler
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • en sikker betaler
een veilige betaler


Nynorsk

Woordafbreking
  • be·ta·ler

Werkwoord

betaler

  1. tegenwoordige tijd van betala
Schrijfwijzen

Werkwoord

betaler

  1. tegenwoordige tijd van betale
Schrijfwijzen