beschikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beschikken
beschikte
beschikt
zwak -t volledig

Werkwoord

beschikken

  1. (inergatief) beslissen, regelen
  2. (inergatief) ~ over: in bezit hebben
    Ik zou graag beschikken over meer geld.
Vertalingen