beschikking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: beschikking (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈsχɪ.kɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈsxɪ.kɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈsxɪ.kɪŋ/
Woordafbreking
- be·schik·king
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van beschikken met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beschikking | beschikkingen |
| verkleinwoord | beschikkinkje | beschikkinkjes |
Zelfstandig naamwoord
beschikking v
- de macht om over iets te beschikken
- Ik stel je dit vanaf nu ter beschikking.
- (juridisch) een besluit dat iets wettelijk of juridisch regelt
- Dit wordt gedaan bij ministeriële beschikking.