beslissen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slis·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beslissen
besliste
beslist
zwak -t volledig

Werkwoord

beslissen

  1. vaststellen wat er gaat gebeuren.
  2. het verschil uitmaken.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen