beheerder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·heer·der
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beheerder | beheerders |
| verkleinwoord | (beheerdertje) | (beheerdertjes) |
Zelfstandig naamwoord
beheerder m
- een persoon om een bepaald geheel te regelen en te onderhouden of dit beroep
- De stichting is eigenaar én beheerder van het omvangrijke natuurpark.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een persoon om een bepaald geheel te regelen en te onderhouden of dit beroep