manager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·na·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord manager managers
verkleinwoord managertje managertjes

Zelfstandig naamwoord

manager m

  1. (bedrijfskunde) een persoon die de leiding heeft over een afdeling binnen een organisatie
    De manager luisterde niet goed naar zijn medewerkers.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen