beetpakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beet·pak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beetpakken
pakte beet
beetgepakt
zwak -t volledig

Werkwoord

beetpakken

  1. (overgankelijk) grijpen en vasthouden
    Hij pakte de dader beet en belde de politie.
Vertalingen