bedrieglijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- be·drieg·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bedriegen met het achtervoegsel -lijk
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | bedrieglijk |
| verbogen | bedrieglijke |
Bijvoeglijk naamwoord
bedrieglijk
- misleidend, leugenachtig, zich mooier voordoen dan de werkelijkheid
- Een bedrieglijk glimlachje speelde om haar mond.
- waarin men zich licht kan vergissen
- Het is van een bedrieglijke eenvoud, want erachter gaat een hele wereld schuil.
Synoniemen
- bedriegelijk, oneerlijk, vals spelend