pretender
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Spaans
Uitspraak
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| pretender |
pretendá |
pretendido |
| volledig | ||
Werkwoord
pretender
Woordafbreking
- pre·ten·der
- (overgankelijk)
- bedoelen, beweren, pretenderen
- willen, beogen, streven naar, de bedoeling hebben
- pogen, proberen
- solliciteren
- dingen naar