avoir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
avoir
/ɑvwaʁ/
avais
/ɑvɛ/
eu
/y/
volledig

Werkwoord

avoir

  1. (overgankelijk) hebben
    «J'ai un chien.»
    Ik heb een hond.
  2. (hulpwerkwoord) zijn, hebben
    «J'ai été surpris.»
    Ik was verrast.
    «J'ai couru.»
    Ik heb gelopen.
  3. (overgankelijk) zijn (leeftijd)
    «Mon frère a treize ans.»
    Mijn broer is dertien jaar oud.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen