aubergine

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Aubergine
[2] De vrucht van een aubergine.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·ber·gi·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord aubergine aubergines
verkleinwoord auberginetje auberginetjes

Zelfstandig naamwoord

aubergine v

  1. (plantkunde) Solanum melongena, een plant uit de nachtschadefamilie
  2. (groente) purperachtige, vlezige vrucht van deze plant
    Koop voor mij even twee aubergines in de winkel.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • gevulde aubergines
Vertalingen
stellend
onverbogen aubergine
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

aubergine

  1. (kleur) diep paars
    Haar haar was aubergine, het was erg mooi.

Meer informatie


Deens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

aubergine

  1. (plantkunde) aubergine


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·ber·gi·ne
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
aubergine
-
-
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

aubergine

  1. (kleur) aubergine, auberginekleurig
    «Sie hatte aubergine gefärbte Haare.»
    Ze had auberginekleurig haar.
Synoniemen
Hyperoniemen


Engels

enkelvoud meervoud
aubergine aubergines

Zelfstandig naamwoord

aubergine

  1. aubergine


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  aubergine     l'aubergine     aubergines     les aubergines  

Zelfstandig naamwoord

aubergine v

  1. aubergine