angel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- an·gel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | angel | angels |
| verkleinwoord | angeltje | angeltjes |
Zelfstandig naamwoord
angel m
- het orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken
- De angel van de bij blijft in de steekwond achter.
- een vishaak
- Gooi de angel even uit.
Vertalingen
1. het orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken