angel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·gel
enkelvoud meervoud
naamwoord angel angels
verkleinwoord angeltje angeltjes

Zelfstandig naamwoord

angel m

  1. het orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken
    De angel van de bij blijft in de steekwond achter.
  2. een vishaak
    Gooi de angel even uit.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen