imago

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ima·go
enkelvoud meervoud
naamwoord imago imago's
verkleinwoord imagootje imagootjes

Zelfstandig naamwoord

imago o

  1. image, het beeld dat van een persoon of instelling bestaat
  2. (biologie) het resultaat van een volledige gedaanteverwisseling bij insecten
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen