ambacht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- am·bacht
Woordherkomst en -opbouw
- Van Oudnederlands: ambehte, op zijn beurt een Keltisch leenwoord.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ambacht | ambachten |
| verkleinwoord | ambachtje | ambachtjes |
Zelfstandig naamwoord
ambacht o
- een handwerkvak dat vaak aanzienlijke vaardigheden vereist
- (verouderd) de ambachtelijke landwinning en het gewonnen land