ambacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ambacht ambachten
verkleinwoord ambachtje ambachtjes

Zelfstandig naamwoord

ambacht o

  1. een handwerkvak dat vaak aanzienlijke vaardigheden vereist
  2. (verouderd) de ambachtelijke landwinning en het gewonnen land
Afgeleide begrippen
  1. ambachtsman, ambachtelijk
  2. Hendrik-Ido-Ambacht
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen