allonger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
allonger
/alɔ̃ʒe/
allongeais
/alɔ̃ʒɛ/
allongé
/alɔ̃ʒe/
eerste groep volledig

Werkwoord

allonger

  1. verlengen, uitleggen
  2. uitrekken, uitstrekken
  3. aanleggen