afzender
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·zen·der
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afzender | afzenders |
| verkleinwoord | afzendertje | afzendertjes |
Zelfstandig naamwoord
afzender m
Vertalingen
1. iemand die iets naar een adres verzendt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.