ontvanger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·van·ger
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ontvanger | ontvangers |
| verkleinwoord | ontvangertje | ontvangertjes |
Zelfstandig naamwoord
ontvanger m
- iemand aan wie iets overhandigd, besteld of gegeven wordt
- (communicatie) (telecommunicatie) een persoon, dier of machine die signalen ontvangt en deze vervolgens verwerkt of interpreteert
- ambtenaar die belast is met het in ontvangst nemen en de invordering van zekere gelden
- (elektrotechniek) (elektronica) ontvangtoestel
Hyponiemen
- [4] kleurenontvanger, kristalontvanger, radio-ontvanger, stereo-ontvanger, televisie-ontvanger, televisieontvanger
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.