afwijking

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

afwijking v

  1. niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen.
    Het stuur had een afwijking naar links.
  2. niet volledig bij het verstand zijn.
    Het buurmeisje had een afwijking, maar was ook erg aardig.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen