afwijking
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van afwijken met het achtervoegsel -ing
Zelfstandig naamwoord
afwijking v
- niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen.
- Het stuur had een afwijking naar links.
- niet volledig bij het verstand zijn.
- Het buurmeisje had een afwijking, maar was ook erg aardig.