afwijking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wij·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwijking afwijkingen
verkleinwoord afwijkinkje afwijkinkjes

Zelfstandig naamwoord

afwijking v

  1. (techniek) het niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen
    Het stuur had een afwijking naar links.
  2. (medisch) lichamelijk gebrek of het niet volledig bij het verstand zijn
    Een aangeboren afwijking aan de aortaklep.
    Het buurmeisje had een afwijking, maar was ook erg aardig.
Verwante begrippen
Vertalingen