verkeerde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ver·keer·de
Bijvoeglijk naamwoord
verkeerde
- verbogen vorm van de stellende trap van verkeerd
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verkeren |
verkeerde
- enkelvoud verleden tijd van verkeren
- Ik verkeerde.
- Jij verkeerde.
- Hij, zij, het verkeerde.
- Ik verkeerde.