afpersen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·per·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van persen met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afpersen
perste af
afgeperst
zwak -t volledig

Werkwoord

afpersen

  1. (overgankelijk) onder dreiging van geweld iemand geld afnemen
    Hij wordt al enige tijd door de bende afgeperst.
Vertalingen