afkoelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·koe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van koelen met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afkoelen
koelde af
afgekoeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afkoelen

  1. (ergatief) kouder worden
    Het water koelde langzaam af.
  2. (overgankelijk) kouder doen worden
    Hij koelde de hete plaat af door er water op te gooien.
Vertalingen