achterste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·ste
enkelvoud meervoud
naamwoord achterste achtersten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

achterste o

  1. zitvlak, bips
    Hij viel wat ongelukkig op zijn achterste.

Bijvoeglijk naamwoord

achterste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van achterst
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen