aanvegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·ve·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanvegen |
veegde aan |
aangeveegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanvegen
- (overgankelijk) vegend reinigen
- Tijdens mijn schooltijd heb ik vaak voor straf het schoolplein moeten aanvegen.
Uitdrukkingen en gezegden
- de vloer aanvegen met iemand