aanvegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ve·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanvegen
veegde aan
aangeveegd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanvegen

  1. (overgankelijk) vegend reinigen
    Tijdens mijn schooltijd heb ik vaak voor straf het schoolplein moeten aanvegen.
Uitdrukkingen en gezegden
  • de vloer aanvegen met iemand
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen