aansprakelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·spra·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van aanspreken met het achtervoegsel -lijk.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | aansprakelijk |
| verbogen | aansprakelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
aansprakelijk
- verantwoordelijk, om vergoeding of betaling aangesproken kunnen worden
- De eerste stap zet u altijd door deze persoon schriftelijk aansprakelijk te stellen voor de toegebrachte schade.
Uitdrukkingen en gezegden
- iemand voor iets aansprakelijk stellen.
Vertalingen
1. verantwoordelijk, om vergoeding of betaling aangesproken kunnen worden