aanjagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ja·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van jagen met het voorvoegsel aan-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanjagen
jaagde aan, joeg aan
aangejaagd
klasse 6

zwak -d

volledig

Werkwoord

aanjagen

  1. op het lijf jagen
  2. voortjagen
  3. harder doen branden
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen