zwijnerij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwij·ne·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwijnerij zwijnerijen
verkleinwoord zwijnerijtje zwijnerijtjes

Zelfstandig naamwoord

zwijnerij v

  1. vuile troep
  2. vuile praktijken

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.