zwenking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwen·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwenking zwenkingen
verkleinwoord zwenkinkje zwenkinkjes

Zelfstandig naamwoord

zwenking v

  1. zijdelingse draaiing om een as
    • Door een plotselinge zwenking van de oplegger ontstond er een gevaarlijke situatie op de weg. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.