zwempartij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·par·tij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwempartij zwempartijen
verkleinwoord zwempartijtje zwempartijtjes

Zelfstandig naamwoord

zwempartij v

  1. een keer dat men met één of meer mensen gaat zwemmen
    • Uit rechtbankpapieren, in handen van TMZ, blijkt dat een combinatie van alcohol, cocaïne, oververmoeidheid door werk en oververhitting Carmel fataal werd tijdens een nachtelijke zwempartij. Volgens de familie Musgrove, die Silver nu voor de rechter sleept, heeft de filmproducent, of een van zijn medewerkers, Carmel voorzien van cocaïne en drank. Bovendien zou hij haar te veel hebben laten werken.[1] 
    • Afgelopen week zijn in de Waal in totaal al drie mensen verdronken. Zondag verdween een zwemmer bij Oosterhout. Zijn lichaam werd bij Rossum uit de rivier gehaald. De politie vermoedt dat het een 51-jarige Pool is die na een zwempartij werd vermist, maar kan dat nog niet met zekerheid zeggen. Dinsdag werd een man uit Andelst in de Betuwe voor de ogen van zijn gezin door het water meegesleurd.[2] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen