zwemmerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·me·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zwemmerig zwemmeriger zwemmerigst
verbogen zwemmerige zwemmerigere zwemmerigste
partitief zwemmerigs zwemmerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

zwemmerig

  1. een voorliefde voor zwemmen koesterend
    • Ik ben nooit zo zwemmerig geweest. 

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.