zwembond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·bond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwembond zwembonden
verkleinwoord zwembondje zwembondjes

Zelfstandig naamwoord

zwembond m

  1. een overkoepelende vereniging ten behoeve van het zwemmen
    • De zwembond hield gisteren haar jaarlijkse ledenvergadering. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.