zuiderling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·der·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van zuid met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -er- dat een mannelijke persoon aanduidt
enkelvoud meervoud
naamwoord zuiderling zuiderlingen
verkleinwoord zuiderlingetje zuiderlingetjes

Zelfstandig naamwoord

zuiderling m

  1. iemand uit het zuiden
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie