zoveelste
Uiterlijk
(klemtoonhomogram) ːonbepaald ranɡtelwoordː
ːbijvoeglijk naamwoord
- zo·veel·ste
zovéélste
- in een reeks een onbekende plek
- als noemer van een denkbeeldige breuk
- Rovers willen niet dat hun bende al te groot wordt, want ieder krijgt maar een zoveelste deel van de buit.
zóveelste
- één uit een lange reeks
- Dit is de zoveelste keer dat het verkeerd gaat, leer je het dan nooit?
- Dit is alweer het zoveelste deel uit deze geliefde serie.
- Het woord zoveelste staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zoveelste" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑
Weblink bron W. Haeseryn e.a.“7.3.1 Vorming van rangtelwoorden.” (januari 2019) op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst) - ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ste in het Nederlands
- Onbepaald rangtelwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %