zoveel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·veel
Woordherkomst en -opbouw
naamwoord
onverbogen zoveel
verbogen zovele

Onbepaald hoofdtelwoord

zoveel

  1. een bepaalde hoeveelheid
    • Hij gooide zoveel als 15 gram magnesium bij het mengsel. 
  2. een onbepaald, bekend of bekend geacht aantal
    • Ik moest nog tweehonderd euro zoveel betalen. 
  3. die bepaalde grote hoeveelheid
    • Zoveel geld had hij nog nooit gehad. 
     Soms werd Nicolaas door zoveel duivelse Pieten gevolgd, dat die de heilige totaal overheersten.[1]
Opmerkingen
  1. Indien het bijwoord "zo" als bepaling bij "veel" gebruikt wordt, worden de twee woorden afzonderlijk geschreven. [2]
    • Hij heeft dat zo veel mogelijk vermeden. 
  2. In vergelijkingen wordt het woord "zoveel" altijd gecombineerd met het woord "als", niet met "dan".
  3. Voor gecombineerde gevallen ("zoveel als of meer dan") zie Taaladvies: Zoveel of meer als / dan. [3]
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zoveel hoofden, zoveel zinnen.
iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14
  2. Taaladvies 948
  3. Taaladvies 1316