zonaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·naal
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van zone met het achtervoegsel -aal
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zonaal zonaler zonaalst
verbogen zonale zonalere zonaalste
partitief zonaals zonalers -

Bijvoeglijk naamwoord

zonaal

  1. met betrekking tot zones
    • Een zonale aanpak van het probleem bleek afdoende. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

25 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.