zittend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Zittend


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zit·tend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: zitten
verbogen vorm: zittende

zittend

  1. onvoltooid deelwoord van zitten
stellend
onverbogen zittend
verbogen zittende
partitief zittends

Bijvoeglijk naamwoord

zittend

  1. op het achterste rustend met het bovenlichaam rechtop
  2. met weinig lichaamsbeweging
  3. in functie zijnd

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie