zittend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Zittend

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zit·tend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
zitten

zittend

  1. onvoltooid deelwoord van zitten
stellend
onverbogen zittend
verbogen zittende
partitief zittends

Bijvoeglijk naamwoord

zittend

  1. op het achterste rustend met het bovenlichaam rechtop
  2. met weinig lichaamsbeweging
  3. in functie zijnd