zijlicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·licht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijlicht zijlichten
verkleinwoord zijlichtje zijlichtjes

Zelfstandig naamwoord

zijlicht o

  1. een licht bevestigd aan de zijkant van een vaar- of voertuig
    • Dat zijlicht is kapot. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.