zemelwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·mel·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zemelwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zemelwater o [1]

  1. aftreksel van zemelen
    • 4. Wie iets te verkopen heeft, mag het niet mooier doen schijnen om er zo mee te bedriegen. Bijvoorbeeld door een dier zemelwater te drinken te geven, waardoor het opzet en zijn haren rechtovereind gaan staan, zodat het er dikker uitziet, of door oude voorwerpen op te verven, zodat zij er als nieuw uitzien, of iets dergelijks. [Ch.M. 228: 9][2] 

Gangbaarheid

Verwijzingen