Naar inhoud springen

zeiden

Uit WikiWoordenboek
  • zei·den
vervoeging van
zeggen

zeiden

  1. meervoud verleden tijd van zeggen
    • Wij zeiden. 
    • Jullie zeiden. 
    • Zij zeiden. 
     Ik werd er ook minder dominant van, ik moest me flexibel opstellen, kreeg niet altijd mijn zin en had meer aandacht voor andere mensen die binnen groepen ook weinig zeiden.[1]
     En toen ik voor het eerst naar de brugklas ging, zeiden alle leraren: 'Aha, het-zusje-van.[2]
     (Sam bleek een echte bonus te zijn, want de kerk zat normaal gesproken vol met oude besjes die continu zeiden dat vroeger alles beter was.[3]
91 %van de Nederlanders;
84 %van de Vlamingen.[4]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be