zeepvlokken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeep·vlok·ken
enkelvoud meervoud
naamwoord - zeepvlokken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeepvlokken mv

  1. zeep in de vorm van losse schilfers
    • Hij gooide bijna een heel pak zeepvlokken in het water. 

Gangbaarheid