zaakkundige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaak·kun·di·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaakkundige zaakkundigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zaakkundige m/v

  1. iemand met verstand van zaken
    • Bent u de gevraagde zaakkundige? 

Bijvoeglijk naamwoord

zaakkundige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zaakkundig