zaaikorf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaai·korf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaaikorf zaaikorven
verkleinwoord zaaikorfje zaaikorfjes

Zelfstandig naamwoord

zaaikorf m/v

  1. een korf waarin het te zaaien zaad ligt tijdens het zaaien
    • De zaaikorf was bijna leeg toen de boer klaar was met zaaien. 

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.