wurmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wur·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wurmen
wurmde
gewurmd
zwak -d volledig

Werkwoord

wurmen

  1. ergatief zich bewegen als een worm
    • De kleuter wurmde en snierkte, maar hij hield hem stevig vast. 
  2. wederkerend zich ~ uit door wormachtige bewegingen zich bevrijden
    • De kleuter wist zich uit zijn grip te wurmen. 
  3. zich met moeite ergens doorheen wringen
     'Op drukke dagen hadden we hier enorme files. Er stond zelfs een gendarme op een rond podiumpje het verkeer te regelen', zegt ze, wijzend op een totaal verlaten kruispunt. Velen hebben zowaar heimwee naar die legendarische files van volgepakte auto's die zich door smalle dorpsstraten wurmden.[1]
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

wurmen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wurm

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be